Kennis · Luchtbehandeling · Warmteterugwinning

Werkt de warmteterugwinning in uw luchtbehandeling echt? 5 controles voor eigenaren

Voor eigenaren, facility managers en technisch managers van één kantoor, school, zorglocatie of VvE.

Een warmteterugwinning (WTW) die stilstaat of verkeerd geregeld wordt, merkt u meestal niet. De naverwarmer vangt het op: de lucht wordt toch warm, niemand klaagt, alleen het gasverbruik loopt stil op. Met vijf controles ziet u of de WTW in uw luchtbehandelingskast echt doet wat hij moet doen.

Bijgewerkt · Geen juridisch advies

Waarom een kapotte warmteterugwinning niet opvalt

In een luchtbehandelingskast warmt de WTW de koude buitenlucht voor met de warmte uit de afgezogen binnenlucht. Wat daarna nog ontbreekt, levert de naverwarmer. Werkt de WTW minder of niet, dan levert de naverwarmer gewoon meer. Het comfort blijft gelijk, de temperatuur in het GBS ziet er normaal uit, en er komt geen storing. Het enige wat verandert is het energieverbruik.

Daarom is dit een risico dat u als eigenaar zelf moet laten controleren: het lost zichzelf niet op en het meldt zichzelf niet.

Wat Europa eist van nieuwe ventilatie-eenheden

De Ecodesign-verordening (EU) nr. 1253/2014 stelt eisen aan ventilatie-eenheden die op de markt komen. Het is een producteis voor de fabrikant:

“Deze verordening is van toepassing op ventilatie-eenheden en stelt eisen inzake ecologisch ontwerp vast voor het in de handel brengen of ingebruiknemen daarvan.”

Voor tweerichtingsventilatie-eenheden (TVE’s) in niet-residentiële gebouwen geldt met ingang van 1 januari 2018 onder meer:

“beschikken alle TVE's over een HRS; beschikt het HRS over een thermale bypassvoorziening;”

“bedraagt het minimale thermische rendement ηt_nrvu van alle HRS met uitzondering van circulatie-HRS in TVE's 73 %”

“bedraagt het minimale thermische rendement ηt_nrvu van circulatie-HRS in TVE's 68 %”

HRS is het warmteterugwinningssysteem. Een circulatie-HRS is een systeem met een aparte batterij in toevoer en afvoer, verbonden door een kring, zoals een twin-coil. Een fysieke bypassklep is niet verplicht:

“„thermale bypassvoorziening”: elke oplossing die om de warmtewisselaar heen wordt geleid of zijn warmteterugwinningsrendement automatisch of manueel regelt, en waarvoor niet noodzakelijk een fysieke luchtstroombypass nodig is (bijvoorbeeld: zomerbox, rotorsnelheidsregeling, luchtstroomregeling);”

Let op: het rendement in de verordening is een laboratoriumwaarde, namelijk

“gemeten in droge referentieomstandigheden, met een evenwichtige massastroom, een verschil tussen de temperatuur van de binnen- en de buitenlucht van 20 K, zonder thermische warmtewinst afkomstig van ventilatormotoren en interne lekkage;”

In uw gebouw spelen vocht, onbalans tussen toevoer en afvoer, vervuiling en de regeling mee. Het fabrieksrendement zegt dus wat de WTW kán, niet wat hij in uw gebouw doet. Een kast die al stond voordat de eisen golden, hoeft u niet te vervangen vanwege deze verordening.

Welke warmteterugwinning heeft u, en hoe wordt hij geregeld?

Elk type heeft een eigen regelorgaan. Daar zit ook de zwakke plek: als het regelorgaan het niet doet, kan het GBS toch “100 %” tonen.

Gangbare typen warmteterugwinning in een luchtbehandelingskast en waarmee ze geregeld worden
TypeGeregeld viaWaar u op let
Thermisch wiel (rotor)Toerental van het wielRiemslip of gebroken riem, overdracht van afvoer- naar toevoerlucht, vochtoverdracht
Platenwisselaar (kruisstroom of tegenstroom)BypassklepBevriezing aan de afvoerzijde, condensafvoer
Twin-coil (circulatie-HRS, met glycolkring)Pomp en/of driewegklep in de kringPompstoring, glycolconcentratie, lager rendement
WarmtepijpKantelen of bypassWeinig regelbaar

Controle 1: draait de warmteterugwinning echt?

Bij een thermisch wiel zit de aandrijving vaak via een riem. Breekt of slipt die riem, dan blijft de sturing op 100 % staan, maar het wiel draait niet of te langzaam. Zonder rotatiebewaking ziet het GBS dat niet. Vraag of er een rotatiesensor op het wiel zit en of die melding in het GBS binnenkomt. Bij een platenwisselaar is de vraag hetzelfde voor de bypassklep: klopt de stand in het GBS met de werkelijke stand van de klep?

Na onderhoud staat een WTW-uitgang soms nog in handbediening op 0 %. Een korte blik op de handstanden in het GBS hoort bij elke oplevering van onderhoud.

Controle 2: eerst de WTW, dan pas de naverwarmer

In verwarmingsbedrijf hoort de volgorde (sequentie) zo te zijn: eerst de WTW naar 100 %, en pas als dat niet genoeg is de naverwarmer open. Regelen beide tegelijk op hetzelfde setpoint, zonder ruimte ertussen (een dode zone), dan kunnen ze tegen elkaar in gaan werken of blijven pendelen. Bekijk in de trend of de naverwarmer opengaat terwijl de WTW nog niet op 100 % staat.

In de zomer en bij nachtkoeling geldt het omgekeerde: is het buiten koeler dan binnen, dan hoort de WTW uit of in bypass te staan. Anders verwarmt u de koele buitenlucht met warme binnenlucht.

Controle 3: staat de vorstbeveiliging niet te ruim?

Bij lage buitentemperaturen kan vocht in de afvoerzijde van de WTW bevriezen. Daarom heeft een WTW een vorstbeveiliging: die remt bijvoorbeeld het wiel af of zet de bypass deels open. De methode en de grenswaarden verschillen per fabrikant en per product. Staat de beveiliging te ruim ingesteld, dan draait de WTW een groot deel van de winter maar half, precies wanneer hij het meest oplevert. Vraag welke methode en welke instelling bij uw kast horen, en of die zijn vastgelegd.

Controle 4: kunt u het rendement zien in het GBS?

Met drie temperaturen kan het GBS het temperatuurrendement aan de toevoerzijde berekenen:

rendement = (toevoertemperatuur na WTW − buitentemperatuur) ÷ (afvoertemperatuur vóór WTW − buitentemperatuur)

  • Dit zegt alleen iets als de WTW op 100 % staat en het verschil tussen binnen en buiten groot genoeg is. Bij een klein verschil wegen meetfouten zwaar.
  • De opnemer “na WTW” moet vóór de ventilator en de naverwarmer zitten, anders meet u die warmte mee.
  • Trend het rendement als dagwaarde. Een geleidelijke daling wijst op vervuiling of slip, een plotselinge val op stilstand of een vastzittende klep.
  • Laat er een melding aan koppelen: WTW-sturing op 100 % én een duidelijk lager rendement dan normaal voor uw kast.

Controle 5: is de balans tussen toevoer en afvoer in orde?

De formule hierboven gaat uit van ongeveer gelijke debieten in toevoer en afvoer. Is er veel onbalans, dan is het berekende rendement onbetrouwbaar en presteert de WTW ook in werkelijkheid anders. Vraag bij het onderhoud naar de gemeten debieten en vergelijk ze met het ontwerp.

Wat u uw installateur of onderhoudspartij vraagt

Uw installateur of onderhoudspartij kent de kast het best. Met deze vragen krijgt u samen snel een beeld:

  1. Welk type WTW zit er in elke luchtbehandelingskast, en wat is het regelorgaan?
  2. Komt er een rotatie- of standmelding van de WTW in het GBS binnen?
  3. Is de volgorde WTW → naverwarmer ingesteld, met een dode zone ertussen?
  4. Welke vorstbeveiliging is actief, met welke grenswaarden, en waar staat dat vastgelegd?
  5. Worden buiten-, toevoer-na-WTW- en afvoertemperatuur gelogd, en kunnen we het rendement als trend zien?
  6. Gaat de WTW in zomer- en nachtkoeling aantoonbaar uit of in bypass?

Werkt de WTW minder dan verwacht, dan zit het vaak in een instelling die na een storing of onderhoud is blijven staan. Lees ook Priva-regeling optimaliseren: 10 controles zonder te vervangen.

Veelgestelde vragen

Hoe merk ik dat de warmteterugwinning niet werkt?
Meestal niet aan het comfort: de naverwarmer warmt de lucht gewoon bij en het gebouw blijft warm. U ziet het aan een lager berekend rendement in het GBS, aan een naverwarmer die al bij milde buitentemperaturen ver openstaat, of aan een hoger gasverbruik dan in vergelijkbare jaren.
Moet mijn bestaande luchtbehandelingskast voldoen aan de Ecodesign-eisen?
De Ecodesign-verordening (EU) nr. 1253/2014 geldt voor het in de handel brengen of ingebruiknemen van ventilatie-eenheden. Het is een producteis voor de fabrikant, geen controle-eis voor een bestaande kast. Een kast die er al stond, hoeft u niet te vervangen vanwege deze verordening.
Wat is een thermale bypassvoorziening?
Volgens de verordening is dat elke oplossing die om de warmtewisselaar heen wordt geleid of het rendement ervan regelt. Een fysieke bypassklep is niet verplicht: een rotorsnelheidsregeling of luchtstroomregeling telt ook.
Is het fabrieksrendement ook het rendement in mijn gebouw?
Nee. Het rendement in de verordening wordt gemeten onder droge referentieomstandigheden met een evenwichtige massastroom. In een gebouw spelen vocht, onbalans tussen toe- en afvoer en vervuiling mee. Gebruik het fabrieksgetal als richting, en de trend in uw eigen GBS als controle.
Wat vraag ik aan mijn installateur of onderhoudspartij?
Vraag welk type warmteterugwinning er in elke kast zit, hoe die geregeld wordt, of er een rotatie- of standmelding in het GBS binnenkomt, hoe de vorstbeveiliging is ingesteld en of het rendement als trend zichtbaar is. Een goede onderhoudspartij kan dit per kast laten zien.

Laten nagaan of uw warmteterugwinning presteert?

Met de Energiescan kijkt Degero in de GBS-data van uw gebouw of de WTW, de sequentie en de vorstbeveiliging doen wat ze moeten doen, onafhankelijk en samen met uw installateur. Degero, sinds 2008 actief in de regeltechniek, Krommenie. Bel 085 36 969 96 of mail info [at] degero.nl.

Bekijk de Energiescan

Bronnen (opgehaald 31-10-2026)

Citaten zijn letterlijk overgenomen uit de Nederlandse geconsolideerde tekst op EUR-Lex. Alleen de in het Publicatieblad gepubliceerde tekst is authentiek. De controles op deze pagina zijn praktijkadvies, geen normwaarden. Geen juridisch advies.